Dit is een van mijn vijf FAQ ("Frequently Asked Questions") pagina's:
ze behandelt kritiek op hoe ik tewerk ga om SENS werkelijkheid te maken. De
andere FAQ-pagina's gaan over:
Waarom promoot je zowel de Methusalem-muis-prijs
als doelgericht onderzoek (het IBG)?
De prijs-strategie en de "Manhattan-project"-strategie zijn sterk
uiteenlopend, dus vragen sommigen zich af waarom ik beide ondersteun. In realiteit
is het echter eenvoudig. De echte grondslag voor het succes van het Manhattan-project
had niets te maken met de hoogdringendheid van de opdracht: het was een gevolg
van het feit dat geen fundamentele conceptuele of technische doorbraak vereist
was. De kernfysici in de Verenigde Staten waren in 1940 even overtuigd van de
haalbaarheid van het bouwen van de atoombom, en de algemene principes die
gevolgd moesten worden om het te realiseren, als ze vandag zijn betreffende
kernfusie. Het enige dat ontbrak was de wil. Omgekeerd was de Oorlog Tegen Kanker
een flagrant voorbeeld van hoe enkele invloedrijke wetenschappers in staat zijn
hun werk en ideeën op te hemelen en daarmee de top-politici van de dag
naar hun hand kunnen zetten, los van enige echte wetenschappelijke grondslag. Een prijs is de beste
manier om geld en inspanningen naar een bepaald probleem te kanaliseren,
ALS het nog zeer onduidelijk is hoe het probleem opgelost
kan worden en er daarom fundamentele vooruitgang vereist is. De enige andere
context waarbinnen ze een groot verschil kunnen maken, denk ik, is wanneer er
veel "glamour" mee gemoied is — wat geld van filantropische oorsprong
aantrekt. In deze zin is de X-prijs de uitzondering, een geval uit de tweede categorie.
In werkelijkheid werd de X-prijs meer als een aantal Manhattan-projecten gerund
dan als een prijs van het type Longitude/Orteig/e.d. — de experten bezaten
de kennis, ze hadden gewoon niet genoeg financiële middelen tot Paul Allen
en andere miljardairs ertoe aangetrokken werden.
Het bovenstaande geeft weer waarom ik voorstander ben van een tweeledige
aanpak die eruit bestaat om zo spoedig mogelijk zoveel mogelijk geld beschikbaar te
krijgen voor de MMP, maar tevens ook zo spoedig mogelijk een instituut van de
grond krijgen. Simpel gezegd: ik weet niet of de ontwikkeling van
verjongingsterapieën die ons op vluchtsnelheid kunnen brengen een project is
zoals de atoombom of ruimte-toerisme, of meer zoals de chronometer. Het niveau
van detail in de verschillende SENS-strengen vandaag geven me het gevoel dat het
wellicht meer is zoals de atoombom, maar ik kan me vergissen. Ik ben REDELIJK
zeker dat als het zoals de chronometer is de snelste manier om dat te bevestigen
is om het als de atoombom aan te pakken en dan falen, want de manier waarop zulke
muizen sterven zal de dingen aan het licht brengen waaraan ik niet had gedacht.
Daarvoor is echter tijd nodig en het is MOGELIJK dat tegen dan de mensen die
op eigen houtje de prijs trachten te winnen die aspecten van veroudering zullen
kunnen genezen zonder dat ze ze zefs ten gronde zouden ontsluierd/beschreven hebben.
Je zou meer invloed hebben in de wandelgangen van de macht als je minder
provocerend zou zijn.
Mijn grootste bezwaar tegen dit soort advies is dat de zachtjesaan-aanpak in de
gerontologie van de laatste 50 jaar katastrofaal gefaald heeft. Hoe lang moet
een falende strategie falen vooraleer we ze opgeven? Ik zie het gewoon niet
gebeuren dat beleidsmakers fondsen naar levensduurverlenging zouden kanaliseren
achter de rug van het publiek — het publiek moet hen leiden. (Hoe het
publiek hiervan te overtuigen is een andere materie, die
hierbeneden) aangesneden wordt.
Een bijkomend probleem met het trachten datgene te zeggen over levensduurverlenging
wat mensen willen horen, in plaats van het te zeggen zoals het is, is dat het
grotendeels neerkomt op het bepleiten van bescheiden levensduurverlenging (zowel
in termen van haalbaarheid als in termen van wenselijkheid), maar ook op het afzwakken
van de argumentatie met betrekking tot de haalbaarheid van extreme
levensduurverlenging, om de meer omstreden wenselijkheid van extreme
levensduurverlenging uit de weg te gaan. Deze aanpaak blijft in gebreke omdat
ze geen antwoord biedt aan de bezorgdheid over ongelijkheid.
Als de keuze erin bestaat om hetzij de menselijke veroudering te laten zoals ze is,
hetzij de gemiddelde levensduur met enkele tientallen jaren te verlengen, is het
moeilijk te betogen dat de middelen besteed aan het bereiken van die enkele tientallen
jaren niet beter besteed zouden zijn aan het verlengen van de levensverwachting
van die segmenten van de wereldbevolking waarvoor de levensverwachting veel
lager is dan ze zou zijn als veroudering hun enig probleem was. Enkel wanneer
men het vooruitzicht op een onbeperkte (of ten minste zeer beduidende) verhoging
van de levensduur in beschouwing neemt, verliest dat argument tegen onderzoek
naar levensduurverlenging haar kracht.
Gevestigde belangen (de overheid, de farmaceutische industrie,
fundamentalisten, ...) zullen je tegenhouden.
Regeringen hebben uiteindelijk één doel boven alle andere:
herverkozen worden. Dit betekent dat ze het electoraat maar op twee manieren
kunnen manipuleren: door hen informatie te onthouden of door iets anders nóg
belangrijker te maken voor het volk dan het gegeven waarover ze met hen van
mening verschillen. In het voorliggende geval is geen van beide opties
beschikbaar. Herinner u daarnaast dat we het hier hebben over het uitstellen van
de beschikbaarheid van een geneeswijze voor iets waar iedereen in de regering
aan lijdt... dus, wat de politieke risico's en onzekerheden ook moge zijn, zullen
de gewone regels hier wellicht niet helemaal van toepassing zijn.
De mega-farma-bedrijven worden als groep vaak aangehaald als een vijand van SENS,
omdat ze hun geld verdienen met mensen in leven te houden, maar ook kwetsbaar, opdat
ze hun producten verder zouden blijven kopen. Dit is echter geen probleem voor
SENS, omdat, ook al zullen mensen hun jeugdig gezondheidsniveau terugkrijgen, ze
nog steeds de zeer ingewikkelde en zware procedures zullen moeten ondergaan die
besproken worden op mijn wetenschapspagina's —
en ze zullen nogal wat van deze dingen, misschien wel allemaal, periodiek moeten
doen, voor de rest van hun leven, minstens om de tien jaar. De farmaceutische
industrie zal hier zeker bij betrokken willen zijn, want doeltreffende pharmaca
voor levensduurverlenging voldoet aan al hun criteria voor een zeer aantrekkelijk
product.
Religieuze mensen zijn niet tegen het genezen van veroudering omwille van hun
religie — herinner u dat alle geloofsbelijdenissen leren dat het leven
heilig is en dat de dood niet dichterbij gebracht moet worden, hoeveel beter
het leven na de dood ook moge zijn in vergelijking met het huidige leven op aarde.
Het is wel waar dat de gelovigen hetzelfde mentale struikelblok hebben als alle
anderen: ze hebben zichzelf gehersenspoeld tot de idee dat ouder worden iets
positiefs is, want dit is de gemakkelijkste manier om iets dat zo afschuwelijk,
maar ook onafwendbaar is (wat de meeste mensen natuurlijk nog steeds denken) uit
je hoofd te kunnen zetten. Daar staat tegenover dat wanneer niet-religieuze mensen
geconfronteerd worden met de volslagen onverdedigbaarheid van al de argumenten tegen
het genezen van veroudering, ze vaak terugvallen op de houding dat, OK, ze
zouden het initiatief om de veroudering zo snel mogelijk te genezen moeten
steunen, maar sorry, ze hebben daar gewoon geen zin in. Religieuze mensen
doen dat niet: wanneer ze er echt van overtuigd geraken dat het hun plicht is
als goede christen of moslim of wat dan ook om een bepaald doel te helpen
bereiken, dan doen ze dat ook. Sommige van de meest energieke leden die actief
zijn in de beweging voor levensduurverlenging zijn zeer religieus.
Zelfs al zijn biogerontologen overtuigd van de haalbaarheid, zal de
gewone man/vrouw dat niet zijn.
Het is waar dat mijn strategie steunt op de gedachte dat waar wetenschappelijke
consensus leidt (wat betreft wat mogelijk is en wat niet), de maatschappij
zal volgen. Er zijn sommige gevallen die als tegenvoorbeeld beschouwd zouden
kunnen worden: genetisch gemanipuleerde gewassen in het Verenigd Koninkrijk en
stamcelonderzoek in de Verenigde Staten, om er twee uit te halen. Maar wacht
even! — bekijk deze twee voorbeelden eens van dichterbij. De meeste
wetenschappers zijn van mening dat het onwaarschijnlijk is dat genetisch
gemodificeerde gewassen gevaarlijk zouden zijn voor het milieu, maar de meeste
wetenschappers zijn zeker niet van mening dat de kans dat ze gevaarlijk zijn
gelijk aan nul is. De vraag voor het publiek is dus niet of ze wel of
niet de wetenschappelijke consensus moeten geloven, maar wel om de risico's
af te wegen tegen de voordelen — en natuurlijk vormt de schaalgrootte van
die voordelen een terecht onderwerp voor verder debat. Wat betreft het onderzoek
naar stamcellen: ook hier gaat het er niet om of deze therapieën mogelijk
zijn of of ze wel of niet een therapeutisch effect zouden hebben, maar
wel of ze ethisch te verantwoorden zijn. Ik zeg niet dat dit niet ook met
veroudering zal gebeuren — maar kijk wat er aan het gebeuren is met het
stamcelonderzoek: het vordert weliswaar niet zo snel als idealiter wel mogelijk
zou zijn de Verenigde Staten, maar toch nog altijd redelijk gestaag, en elders
in de wereld gaat het nog sneller vooruit, vooral te wijten aan steun vanuit
alle lagen van de bevolking, aangemoedigd door de wetenschappelijke
consensus op dit onderzoeksgebied.